Voegwerk - De Gevelkenners

Ongeveer 25 % van elk gemetseld  geveloppervlak bestaat uit voegwerk. Het uiterlijk en de duurzaamheid van een gebouw wordt dan ook zeker hierdoor bepaald. Sinds de 18e eeuw wordt in Nederland op grote schaal het navoegen van metselwerk toegepast waarbij in tegenstelling tot doorstrijken het metselwerk op een later tijdstip wordt gevoegd.
 
Voordelen van het navoegen zijn dat de voegmortel kan worden aangepast aan de lokale omstandigheden en afgestemd op het metselwerk. Een groot verscheidenheid aan kleuren en structuren staat ter beschikking om elk gewenst gevelbeeld te kunnen realiseren.
 
Dat het verkrijgen van duurzaam voegwerk niet vanzelf gaat blijkt uit de voorwaarden die er aan gesteld worden. Goede voorbereiding van de ondergrond (uitkrabben van het metselwerk, schoonmaken van de voegen, vochtgehalte van de stenen). Samenstelling van de voegspecie (uitgebalanceerd zandpakket en de juiste opbouw van de mortel). Verdichten van aangebrachte voegspecie. En de nabehandeling (beschermen tegen uitdrogen en uitspoelen door regen).
 
Voegen zijn er in vele varianten. De mening overheerst dat verdiepte voegen duurzamer zijn dan platvolle geborstelde voegen. Uit metingen is gebleken dat de platvolle voeg bij een juiste samenstelling van de specie en een goede uitvoering eveneens voldoende hard kunnen worden. Wat de hardheid van voegen betreft is niet alleen de samenstelling van de voegspecie, de voorbereiding van de ondergrond en het verdichten een factor welke hierop invloed heeft, zouten en zuren b.v. in de ondergrond kunnen het uitharden zeer nadelig beïnvloeden (dit komt in de renovatie van oudbouw zeer regelmatig voor).