Soorten voegen:

Er bestaan verschillende uitvoerings vormen van voegen in metselwerk, bijvoorbeeld:
  • geborsteld
  • platvol
  • verdiept
  • schaduwvoegen
  • knipwerk
Belangrijk voor goed voegwerk zijn de cementsoort, de samenstelling van de voegmortel en het op de juiste manier vervaardigen.
 
Knipvoegen en snijvoegen:
Deze klassieke manieren om voegwerk wordt toegepast bij oudere panden met een monumentaal karakter. Het voegwerk ligt als het ware op de gevel waarbij de voeg aan boven en onderzijde wordt afgeknipt of afgesneden. Vandaar de naam knipvoeg en snijvoeg. Deze zeer ambachtelijke wijze van voegwerk kan alleen uitgevoerd worden door ambachtslieden die hun vak beheersen.
 
Doorgestreken voeg:
Dit is tegenwoordig de meest toegepaste voeg. Dit komt door de zeer gunstige prijs-kwaliteitsverhouding. Bij deze manier van voegen wordt de voeg stevig aangedrukt. Hierdoor is de voeg sterk en dicht de muur goed af. Daarbij komt dat de voeg in een groot aantal kleuren te maken is. Voeg en steen kunnen hierdoor vrijwel de zelfde kleur krijgen.
 
Gladde voeg:
Zoals de naam al suggereert wordt deze voeg zeer glad afgewerkt. De stenen en het voegwerk kunnen hierdoor tot een zeer egaal oppervlak verwerkt worden. Glad voegwerk is vakwerk dat relatief veel tijd vergt. Echter als er van echte vakmensen die hun professie goed verstaan, gebruik wordt gemaakt, wordt het resultaat bijzonder en krijgt de gevel een opvallend uiterlijk.
 
Platvolle voeg:
De meest gebruikte voegen zijn de platvolle voeg. Deze licht gelijk met het steen oppervlak.
 
Kamvoeg of borstelvoeg:
Dit is meestal de goedkoopste voegsoort. Door de zogenaamde borstel- of kambewerking is deze voeg minder duurzaam dan andere voegsoorten. Doordat deze voeg vrij open is van structuur wordt de opname van vocht vergemakkelijkt. De voeg gaat hierdoor eerder werken wat sneller leidt tot problemen.